Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
12 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland betreffende een klaagschrift over beslag op een aanhanger met zes LED-schermen, die in beslag was genomen onder de klager wegens verdenking van diefstal.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aangever, als belanghebbende ex artikel 552a lid 5 Sv, in de gelegenheid was gesteld om te worden gehoord en zelf een klaagschrift in te dienen. De Hoge Raad concludeerde dat uit de stukken niet bleek dat de aangever op de juiste wijze was geïnformeerd en gehoord, en dat de rechtbank dit niet voldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van behandeling van het klaagschrift op een openbare raadkamerzitting vanwege de coronapandemie geen rechtvaardiging bood voor het niet horen van de aangever. Daarom werd de beschikking vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij tevens werd vastgesteld dat bespreking van het eerste cassatiemiddel achterwege kon blijven vanwege de vernietiging op het tweede middel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling waarbij de aangever wordt gehoord.