ECLI:NL:HR:2021:1431
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Voor het instellen van dit beroep was betaling van griffierecht vereist. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar heeft geen tijdige verklaring omtrent afwezigheid van vermogen ingediend ondanks meerdere verzoeken en herinneringen van de griffier.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om alsnog een verklaring in te dienen en het griffierecht te voldoen. Ook is belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de betalingsverplichting en de termijn voor betaling. Het griffierecht is echter niet betaald en de ingediende brief van belanghebbende bevat geen gegronde reden om het verzuim te verhelpen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 1 oktober 2021 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van een geldige verklaring van betalingsonmacht.