ECLI:NL:HR:2021:1480
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende behandelde. De zaak betrof navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012 en 2013, inclusief de daarbij opgelegde boetebeschikkingen en belastingrente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen uitgebreide motivering gegeven.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en worden de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en rentebeschikkingen gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.