ECLI:NL:HR:2021:1487
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013, opgelegd door de Belastingdienst. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. Dit hof bevestigde de eerdere uitspraak.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het middel beoordeelde. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot vernietiging van het hofarrest kon leiden en dat motivering van dit oordeel niet noodzakelijk was vanwege het ontbreken van relevante rechtsvragen voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee blijft het oordeel van het Gerechtshof Den Haag ongewijzigd en is de navorderingsaanslag en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.