Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
12 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze cassatiezaak heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2020 beoordeeld. De verdachte was veroordeeld tot een schadevergoedingsmaatregel waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd opgelegd. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld tegen het hofarrest.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor zover de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel was toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot vernietiging konden leiden, behalve voor het onderdeel vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast als alternatief. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee sluit de Hoge Raad aan bij eerdere jurisprudentie (HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914) over de toepassing van gijzeling in plaats van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.