ECLI:NL:HR:2021:150

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2021
Publicatiedatum
28 januari 2021
Zaaknummer
19/04491
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging oordeel hof over garantieclausule in hotelaccommodatieovereenkomst

In deze zaak stond de vraag centraal of een garantieclausule in een overeenkomst betreffende de afname van hotelaccommodatie rechtsgeldig kon worden ingeroepen. Chagall Holding B.V. stelde zich op het standpunt dat het hof ten onrechte de geldigheid van deze garantie had bevestigd.

De procedure begon bij de rechtbank Den Haag met vonnissen in april 2017 en februari 2018, waarna het gerechtshof Den Haag op 2 juli 2019 een arrest wees. Chagall stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop Chagall schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad heeft de klachten van Chagall beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en Chagall veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 8.642,34. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 29 januari 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Chagall wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/04491
Datum29 januari 2021
ARREST
In de zaak van
CHAGALL HOLDING B.V.,
gevestigd te Leidschendam-Voorburg,
EISERES tot cassatie,
hierna: Chagall,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
SHELL INTERNATIONAL EXPLORATION AND PRODUCTION B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Shell,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/09/522980 / HA ZA 16-1356 van de rechtbank Den Haag van 5 april 2017 en 14 februari 2018;
het arrest in de zaak 200.241.609/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2019.
Chagall heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Shell heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Shell mede door P.B. Fritschy.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Chagall heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Chagall in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Shell begroot op € 6.442,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
29 januari 2021.