Uitspraak
gevestigd te Schaijk,
gevestigd te Schaijk,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
De cassatieklachten ten aanzien van de vordering van Swanenberg
4.Beslissing
15 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal de uitleg en toepassing van een Dozy-clausule opgenomen in huwelijkse voorwaarden tussen [verweerster] en haar echtgenoot, waarbij zij zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor schulden die op de huwelijksgemeenschap konden worden verhaald.
De feiten betreffen geldleningen verstrekt aan Heusden Veste, waarbij [echtgenoot van verweerster] en derden als hoofdelijke schuldenaren zijn aangewezen. Na het faillissement van [echtgenoot van verweerster] is een akkoord goedgekeurd waarbij finale kwijting aan schuldeisers is verleend.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen van Heusden Veste en Swanenberg af, waarbij het hof oordeelde dat [verweerster] geen partij was bij de leningsovereenkomst en dat de Dozy-clausule haar aansprakelijkheid beperkt tot schulden die vóór de ontbinding van de gemeenschap waren ontstaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door te stellen dat [verweerster] geen schuldenaar was op grond van de Dozy-clausule en vernietigt het arrest voor zover het betrekking heeft op Swanenberg tegen [verweerster]. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling. Het beroep tegen het arrest tussen Heusden Veste en [verweerster] wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling, het beroep tegen het arrest tussen Heusden Veste en [verweerster] wordt verworpen.