ECLI:NL:HR:2021:1532
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslagen parkeerbelasting gemeente Amsterdam
Belanghebbende was in geschil met het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam over opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Na een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de naheffingsaanslagen handhaafde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij verschillende middelen werden voorgesteld. De Hoge Raad heeft deze middelen inhoudelijk beoordeeld maar geoordeeld dat geen van de middelen aanleiding geeft tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 15 oktober 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.