ECLI:NL:HR:2021:1553

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2021
Publicatiedatum
18 oktober 2021
Zaaknummer
20/03303
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41.1.d WVW 1994Art. 24 SrArt. 33.2 SrArt. 81.1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verbeurdverklaring auto ondanks draagkrachtverweer verdachte

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin een verbeurdverklaring van een auto werd opgelegd wegens rijden met een vals kenteken, in strijd met artikel 41.1.d van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte voerde een draagkrachtverweer aan tegen de verbeurdverklaring, waarbij hij stelde dat rekening gehouden moest worden met zijn financiële situatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het hof voldoende gemotiveerd heeft aangegeven hoe het met het draagkrachtverweer is omgegaan. De klachten van verdachte konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om nadere motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de verbeurdverklaring van de auto ondanks het aangevoerde draagkrachtverweer. Het beroep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verbeurdverklaring van de auto blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03303
Datum2 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 oktober 2020, nummer 21-002137-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 november 2021.