Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
19 oktober 2021.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met de invoer van ongeveer 20 kilogram cocaïne. Daarnaast stonden verschillende overtredingen van de Opiumwet, omkoping van douaneambtenaren en het voorhanden hebben van wapens en munitie centraal.
De verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over het opzet op het voorbereiden en bevorderen van de invoer, de voorbereiding van Opiumwetdelicten door het verschaffen van inlichtingen, en de redelijke termijn in feitelijke aanleg. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is uitgesproken op 19 oktober 2021 door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada. Het beroep in cassatie is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 oktober 2019 in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand blijft.