Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
2 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake een klaagschrift over beslag op een auto in het kader van een onderzoek naar oplichting van banken. De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard zonder een openbare raadkamerzitting te houden, waarbij de behandeling schriftelijk plaatsvond met instemming van de raadsvrouw van de klager.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 23 lid 2 en Pro artikel 552a lid 7 van het Wetboek van Strafvordering het klaagschrift tijdens een openbare raadkamerzitting behandeld moet worden. Uit het procesverloop blijkt dat de raadsvrouw instemde met een schriftelijke behandeling, maar niet duidelijk is of daarmee afstand werd gedaan van het recht op een mondelinge behandeling. De rechtbank heeft hierover geen duidelijkheid verschaft.
Dit procesverzuim leidt tot vernietiging van de beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling en afdoening van het klaagschrift. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep toe en vernietigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling met een openbare raadkamerzitting.