Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
2 februari 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of computers die in een winkel werden gebruikt om weddenschappen op sportwedstrijden af te sluiten, konden worden aangemerkt als kansspelautomaten in de zin van de Wet op de kansspelen (Wok). De verdachte werd meermalen veroordeeld voor het zonder vergunning gelegenheid geven tot gokken via deze computers.
Het hof had geoordeeld dat de computers niet als kansspelautomaten konden worden beschouwd omdat zij niet waren ingericht voor de beoefening van een spel dat door een speler in werking werd gesteld, zoals vereist in artikel 30 Wok Pro. De computers werden volgens het hof primair gebruikt om te internetten en niet voor het spelen van kansspelen via een apparaat.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de regeling voor speelautomaten een lex specialis vormt ten opzichte van het algemene verbod in artikel 1 Wok Pro. De computers vielen niet onder de definitie van speelautomaten omdat zij niet voldeden aan het criterium van een mechanisch, elektrisch of elektronisch proces dat door de speler in werking wordt gesteld.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling van de verdachte voor het zonder vergunning gelegenheid geven tot gokken, maar niet op grond van het specifieke regime voor kansspelautomaten.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor zonder vergunning gelegenheid geven tot gokken via computers, geen toepassing kansspelautomatenregime.