Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
(...)
(...)
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
2 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift tegen het beslag op een Rottweiler-hond die betrokken was bij een ernstig bijtincident waarbij een 6-jarig kind in het been werd gebeten. De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard, omdat het belang van strafvordering zich volgens haar tegen teruggave verzette, mede gelet op een gedragsrapportage waarin een hoog recidivegevaar werd vastgesteld.
De officier van justitie had echter tijdens de raadkamerzitting aangegeven dat het strafvorderlijk belang zich niet tegen teruggave verzette, mits strenge voorwaarden werden gesteld, zoals vermeld in de gedragsrapportage. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank in dat geval niet zelf het strafvorderlijk belang mag beoordelen, maar op het klaagschrift moet beslissen zonder inhoudelijk te treden op dat punt.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid voor de rechter om voorwaarden te verbinden aan de teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp bij de behandeling van een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.