ECLI:NL:HR:2021:1584
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een belastingzaak. Voor het instellen van het beroep moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan en een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen ingediend. Dit verzoek is echter afgewezen omdat niet aan de criteria voor betalingsonmacht was voldaan.
Na toezending van de afwijzing en herinneringen door de griffier van de Hoge Raad, heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan. De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de betalingsverplichting en een termijn gesteld voor betaling. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te verklaren waarom het griffierecht niet werd betaald.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 22 oktober 2021 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.