ECLI:NL:HR:2021:1585
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. Voor het griffierecht deed hij een beroep op betalingsonmacht en diende een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen in. De Hoge Raad heeft dit beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn gesteld voor betaling. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan. Belanghebbende heeft geen gegronde reden gegeven voor het niet tijdig betalen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.