ECLI:NL:HR:2021:1588
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2015
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015, inclusief de beschikking over revisierente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
Ook is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.