ECLI:NL:HR:2021:1590
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het ingediende beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 20 mei 2021 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, waarbij tevens een notificatie naar de gemachtigde werd verzonden.
De hersteltermijn eindigde op 1 juli 2021, maar belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld. Op basis hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is op 22 oktober 2021 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools het arrest hebben gewezen. Hiermee is het beroep definitief afgewezen vanwege procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.