Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
2 november 2021.
Hoge Raad
De klager heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel inzake een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Het beroep werd namens de klager ingediend door een advocaat via schriftuur. De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep omdat de gemachtigde niet persoonlijk is verschenen bij de griffie om de volmacht te tonen, zoals vereist volgens artikel 450.1.b Sv.
De Hoge Raad overwoog dat een gemachtigde vertegenwoordiger in de zin van artikel 450.1.b Sv niet via een schriftelijke volmacht een rechtsmiddel kan aanwenden, maar persoonlijk moet verschijnen bij de griffie om de volmacht te tonen. Omdat aan deze vereiste niet was voldaan, is het cassatieberoep niet op rechtsgeldige wijze ingesteld.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De beschikking is uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 2 november 2021 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van persoonlijke verschijning van de gemachtigde met volmacht.