Uitspraak
vertegenwoordigd door M. Dogan
Hoge Raad
Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Centrale Raad van Beroep. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat het beroepschrift op 9 maart 2021 is ontvangen, terwijl de beroepstermijn op 8 maart 2021 eindigde. Ondanks een aangetekende brief van de griffier van de Hoge Raad waarin belanghebbenden werd gevraagd aan te tonen dat het beroepschrift tijdig was verzonden, is hier geen reactie op gekomen.
De Hoge Raad concludeert daarom dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn zoals gesteld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.