ECLI:NL:HR:2021:1604
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. Voor de behandeling van het cassatieberoep is griffierecht verschuldigd. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar heeft geen verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen de gestelde termijn ingediend. De griffier heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te voldoen of een verklaring te overleggen, onder meer via digitale berichten en aangetekende brief.
Ondanks deze mogelijkheden heeft belanghebbende het griffierecht niet betaald en geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren op de verzoeken van de griffier. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.