Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2020, waarin TBS met dwangverpleging werd opgelegd wegens zware mishandeling. De verdachte verzette zich tegen de vaststelling van een ziekelijke stoornis ten tijde van het ten laste gelegde feit en de motivering van de oplegging van de maatregel.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld, mede gelet op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Constancia/Nederland). De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het niet nodig was om verdere motivering te geven.
Het beroep in cassatie is derhalve verworpen. Hiermee blijft de oplegging van TBS met dwangverpleging gehandhaafd. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij het opleggen van deze maatregel en sluit aan bij de jurisprudentie van het EHRM.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van TBS met dwangverpleging wegens zware mishandeling.