ECLI:NL:HR:2021:1628

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2021
Publicatiedatum
1 november 2021
Zaaknummer
20/02078
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 302 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging TBS met dwangverpleging bij zware mishandeling bevestigd door Hoge Raad

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2020, waarin TBS met dwangverpleging werd opgelegd wegens zware mishandeling. De verdachte verzette zich tegen de vaststelling van een ziekelijke stoornis ten tijde van het ten laste gelegde feit en de motivering van de oplegging van de maatregel.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld, mede gelet op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Constancia/Nederland). De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het niet nodig was om verdere motivering te geven.

Het beroep in cassatie is derhalve verworpen. Hiermee blijft de oplegging van TBS met dwangverpleging gehandhaafd. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij het opleggen van deze maatregel en sluit aan bij de jurisprudentie van het EHRM.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van TBS met dwangverpleging wegens zware mishandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02078
Datum2 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2020, nummer 23-003799-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk - mede in aanmerking genomen het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 3 maart 2015, nr. 73560/12 (Constancia/Nederland) - niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 november 2021.