Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
23 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 november 2020, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging doodslag op zijn 87-jarige moeder in 2017.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en vastgesteld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Omdat er geen schriftelijk standpunt van de procureur-generaal was ingediend, heeft de Hoge Raad op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering op 23 november 2021 tijdens een openbare terechtzitting. Hierdoor blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd en is de veroordeling van verdachte definitief.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest in stand blijft.