Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 november 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van schending van het ambtsgeheim, gewoontewitwassen, het aanwezig hebben van jammers en het voorhanden hebben van valse identiteitsbewijzen.
De verdediging stelde verschillende klachten in, waaronder over bewijs en kwalificatie, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.
Ambtshalve constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met drie jaren.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en stelde de gevangenisstraf vast op twee jaar en elf maanden, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twee jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.