Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
16 november 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor gekwalificeerde doodslag nadat hij in 2017 bij een woninginbraak in Maastricht een 82-jarige vrouw meermalen met een mes in haar hals had gestoken. De rechtbank en het gerechtshof hadden de verdachte veroordeeld en TBS met dwangverpleging opgelegd.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 maart 2021. Namens de verdachte werd een schriftuur ingediend door zijn advocaten. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de opgelegde maatregel van TBS met dwangverpleging in stand.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 16 november 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling en TBS met dwangverpleging gehandhaafd blijven.