Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 november 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens te hard rijden, waarbij het hof een mondeling arrest heeft gewezen. Het cassatiemiddel richtte zich tegen de aantekening van dit mondeling arrest, die volgens de Hoge Raad niet voldeed aan de wettelijke eisen zoals gesteld in artikel 3 van Pro de Regeling aantekening mondeling vonnis.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest omdat de aantekening niet alle vereiste gegevens bevatte, met name niet de onder a, c, d, e en h genoemde gegevens en slechts gedeeltelijk de onder j genoemde gegevens. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest.
De zaak werd terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en afdoening, waarbij een correcte aantekening van het mondeling arrest moet worden gemaakt. Hiermee wordt beoogd te waarborgen dat de wettelijke vereisten voor de vastlegging van mondelinge arresten worden nageleefd, ter bescherming van de rechtszekerheid en het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.