ECLI:NL:HR:2021:1710

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2021
Publicatiedatum
17 november 2021
Zaaknummer
19/05774
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 SrArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering strafoplegging medeplegen opzetheling

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van opzetheling. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Bij de strafoplegging had het hof betrokken dat de verdachte eerder was veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof deze eerdere veroordeling ten onrechte had meegewogen, omdat deze nog niet onherroepelijk was op het moment dat het nieuwe feit werd gepleegd. De advocaat-generaal concludeerde dat het hof de strafoplegging onvoldoende had gemotiveerd en dat het middel slaagde.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en beslissing over de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee benadrukt de Hoge Raad het belang van een deugdelijke motivering van de strafoplegging, met name bij het betrekken van eerdere veroordelingen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05774
Datum23 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2019, nummer 20-002638-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de strafoplegging niet naar behoren met redenen heeft omkleed. Het klaagt in dat verband dat het hof ten nadele van de verdachte heeft geoordeeld dat een eerdere veroordeling voor een soortgelijk strafbaar feit de verdachte niet ervan heeft weerhouden het nieuwe, bewezenverklaarde, feit te plegen, terwijl niet blijkt dat die eerdere veroordeling onherroepelijk was toen het nieuwe feit werd gepleegd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 november 2021.