Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 november 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van opzetheling. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Bij de strafoplegging had het hof betrokken dat de verdachte eerder was veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof deze eerdere veroordeling ten onrechte had meegewogen, omdat deze nog niet onherroepelijk was op het moment dat het nieuwe feit werd gepleegd. De advocaat-generaal concludeerde dat het hof de strafoplegging onvoldoende had gemotiveerd en dat het middel slaagde.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en beslissing over de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee benadrukt de Hoge Raad het belang van een deugdelijke motivering van de strafoplegging, met name bij het betrekken van eerdere veroordelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.