ECLI:NL:HR:2021:1727
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 23 juni 2021 via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld om het verzuim binnen zes weken te herstellen. Belanghebbende diende de gronden wel per post in, maar niet via het digitale webportaal, wat verplicht is bij digitale procedurevoering.
Ondanks een tweede herinnering op 19 juli 2021 om de gronden alsnog digitaal in te dienen vóór 4 augustus 2021, heeft belanghebbende hier geen gevolg aan gegeven. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 19 november 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen van de gronden binnen de gestelde termijn.