ECLI:NL:HR:2021:1735
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende had behandeld over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, boetebeschikkingen en belastingrente voor de jaren 2012 en 2013.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het hofarrest ongewijzigd van kracht.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en belastingrente opgelegd aan belanghebbende over de genoemde jaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest wordt bekrachtigd.