ECLI:NL:HR:2021:1737
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslag en boetebeschikking inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2012, de aanslag over 2013, de boetebeschikking over 2012 en de beschikkingen inzake belastingrente over 2012 en 2013 had behandeld.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de belastingaanslagen, boetebeschikking en rentebeschikkingen zoals door het hof vastgesteld, waarmee de fiscale aanspraken van de Staatssecretaris van Financiën zijn bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bekrachtigd.