Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 november 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor het aanwezig hebben van 155 hennepplanten in een woning en voor diefstal van stroom ten behoeve van de hennepkwekerij. De politie trof in de woning een hennepkwekerij aan met apparatuur, een illegale elektriciteitsaansluiting en verbroken zegels in de meterkast. De verdachte verbleef meerdere dagen per week in de woning, die van zijn moeder was, en had toegang tot alle ruimtes.
Het hof oordeelde dat de verdachte de hennepplantage onder zijn beschikkingsmacht had en dat hij ook de stroom illegaal had weggenomen. De verdachte voerde in cassatie aan dat uit de bewijsvoering niet kon worden afgeleid dat hij zelf stroom had weggenomen.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring dat de verdachte zelf stroom heeft weggenomen niet zonder meer uit de bewijsvoering volgt en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verdachte persoonlijk diefstal van elektriciteit pleegde. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor dat onderdeel en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor het onderdeel diefstal van stroom en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.