Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Amsterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
26 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft de vaststelling van de schadeloosstelling voor een onteigend pand aan de A-straat te een plaats, waarvan eiser eigenaar was en een coffeeshop exploiteerde. De rechtbank had de onteigening en voorschot op schadeloosstelling vastgesteld, waarna deskundigen de schadeloosstelling nader begroten. Het hof stelde de schadeloosstelling vast op basis van het tweede deskundigenbericht, waarbij het pand werd gewaardeerd op NLG 350.000 met inachtneming van huurwaarde en funderingsproblemen.
Eiser voerde in cassatie aan dat de waardering onvoldoende was gemotiveerd, met name over de huurwaarde van de eerste verdieping en de gehanteerde vermenigvuldigingsfactor. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de deskundigenwaardering terecht volgde en dat de motivering voldoende was. Ook de klachten over de rentevergoeding faalden deels; het hof ging onterecht voorbij aan het renteverweer van de Gemeente voor perioden na het eindvonnis.
De Hoge Raad verwierp het principale beroep, vernietigde het incidentele beroep en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. Tevens werden partijen in de kosten veroordeeld. De uitspraak bevestigt de taxatiegrondslagen en benadrukt de mogelijkheid om gewijzigde feiten in de procedure na verwijzing aan te voeren.
Uitkomst: Het principale cassatieberoep wordt verworpen, het incidentele beroep vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.