ECLI:NL:HR:2021:1784
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016, waarop de Rechtbank Den Haag uitspraak deed. Het Gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geconcludeerd dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de Hoge Raad op 26 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.