ECLI:NL:HR:2021:1794

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
20/01876
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 285a lid 1 SrArt. 13 lid 1 WWMArt. 9.4 SrArt. 14c lid 2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieverwerping in zaak medeplegen beïnvloeding getuigen en wapenbezit

De zaak betreft het cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juni 2020. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het beïnvloeden van twee getuigen met betrekking tot hun verklaringen over de betrokkenheid van de verdachte en zijn echtgenote bij hennepteelt, alsmede voor het voorhanden hebben van een veerdrukmachinegeweer met demper en boksbeugel.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van verschillende klachten, waaronder de vraag of de totale strafoplegging in drie gelijktijdig maar niet gevoegd behandelde zaken in overeenstemming is met artikel 9.4 Sr, de betrokkenheid van niet-tlgd. bedreigingen bij de strafoplegging, en de motiveringsplicht bij bijzondere voorwaarden van contact- en locatieverboden.

Uiteindelijk oordeelt de Hoge Raad dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en verwerpt het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01876
Datum30 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juni 2020, nummer 21-005948-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 november 2021.