Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:1809

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2021
Publicatiedatum
2 december 2021
Zaaknummer
20/03443
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:174 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid gemeente voor ongeval bromfietser door oneffenheden fietspad

In deze zaak vordert eiser cassatie tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 augustus 2020, waarin de aansprakelijkheid van de gemeente Terneuzen als wegbeheerder voor een ongeval van een bromfietser door oneffenheden in het fietspad werd bevestigd.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure bij de lagere instanties en beoordeelt de ingebrachte klachten over het arrest van het hof. De klachten kunnen echter niet leiden tot vernietiging van het arrest, zodat het cassatieberoep wordt verworpen.

De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motieven voor dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

De uitspraak bevestigt daarmee de aansprakelijkheid van de gemeente op grond van artikel 6:174 BW Pro voor de gebrekkige staat van het fietspad die tot het ongeval heeft geleid.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03443
Datum3 december 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
GEMEENTE TERNEUZEN,
zetelende te Terneuzen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: R.D. Boesveld.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/02/306125 / HA ZA 15-671 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 februari 2016 en 22 februari 2017;
de arresten in de zaak 200.222.571/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 oktober 2017 en 11 augustus 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 augustus 2020 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 2.830,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
3 december 2021.