Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 december 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend aan verdachte die een adres in Turkije had, maar geen woon- of verblijfplaats in Nederland. De dagvaarding werd uitgereikt aan de griffier en een afschrift rechtstreeks als gewone brief naar het Turkse adres verzonden.
De Hoge Raad herhaalde dat volgens het oude artikel 588 lid 2 Sv Pro en internationale verdragsbepalingen, waaronder het Europees Verdrag voor wederzijdse rechtshulp in strafzaken en het Tweede aanvullend Protocol, de betekening van dagvaardingen aan personen in Turkije uitsluitend via tussenkomst van de bevoegde Turkse autoriteit mag plaatsvinden vanwege een voorbehoud van Turkije.
Omdat verdachte niet gedetineerd was en een adres in Turkije bekend was, maar de dagvaarding niet via de bevoegde Turkse autoriteit was verzonden, oordeelde de Hoge Raad dat de betekening niet rechtsgeldig was. Het hof had dit onvoldoende gemotiveerd en de dagvaarding in hoger beroep werd daarom nietig verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde de dagvaarding in hoger beroep nietig, waardoor het verdere cassatiemiddel niet werd behandeld.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening in Turkije zonder tussenkomst van bevoegde Turkse autoriteit.