ECLI:NL:HR:2021:1852
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake parkeerbelasting naheffingsaanslagen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 augustus 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Amsterdam inzake naheffingsaanslagen parkeerbelasting behandelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om inhoudelijk op de klachten in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad volgt dit niet. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel (voorzitter), Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.