Uitspraak
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Proceskosten
4.Vergoeding van immateriële schade
In deze zaak is beroep in cassatie ingesteld op 1 augustus 2019. Het tijdsverloop sindsdien tot het moment dat de Hoge Raad in deze zaak arrest wijst, levert wat de cassatieprocedure betreft een overschrijding op van de redelijke termijn met niet meer dan zes maanden. Aan belanghebbende komt daarom een vergoeding van immateriële schade toe van € 500.