ECLI:NL:HR:2021:1860
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2018
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 maart 2021, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland werd behandeld. De zaak betrof de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2018 betreffende een onroerende zaak te Amersfoort.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.