ECLI:NL:HR:2021:1861

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
21/01934
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 april 2021, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak was behandeld.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op advies van de procureur-generaal is besloten om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren, conform artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak van de Hoge Raad is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en is op 10 december 2021 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/01934
Datum10 december 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 april 2021, nrs. BRE 20/6472 t/m 20/6481, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 29 oktober 2020.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur–generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet–ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2021.