ECLI:NL:HR:2021:1902
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in loonheffing zaak
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juni 2020, waarin het verzet tegen de uitspraak van 18 oktober 2019 werd behandeld. Het geschil betrof het bedrag aan loonheffing dat over de periode januari tot en met september 2018 was ingehouden.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het bestreden vonnis kunnen leiden. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 17 december 2021 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.