ECLI:NL:HR:2021:1904
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank Limburg beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling.
De brief is volgens Track&Trace afgeleverd, maar het griffierecht is niet voldaan. De griffier heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet betaald was. De door belanghebbende ingediende verklaring was niet voldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 17 december 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.