Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 december 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 21 december 2021 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam uit 2019, waarin de verdachte werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van flessentrekkerij via plof-bv’s. Het hof had onder meer schadevergoedingsmaatregelen opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De Hoge Raad vernietigt het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregelen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie die stelt dat gijzeling kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis, met een wettelijk maximum van 360 dagen. Voor de vijf hoogste schadevergoedingsbedragen wordt telkens één dag in mindering gebracht op het aantal dagen gijzeling.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, wat leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met vier jaar en vijf maanden. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. Hiermee wordt de straf aangepast en de toepassing van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen verduidelijkt.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deel hofuitspraak over vervangende hechtenis, stelt maximale gijzeling op 360 dagen en vermindert gevangenisstraf met ruim vier jaar.