ECLI:NL:HR:2021:1918

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2021
Publicatiedatum
16 december 2021
Zaaknummer
20/01091
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511b Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing ontnemingsvordering wegens overschrijding termijn

Het openbaar ministerie stelde cassatie in tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hof het OM niet-ontvankelijk verklaarde in een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof baseerde zijn oordeel op het feit dat de vordering niet binnen de tweejaarstermijn van artikel 511b lid 1 Sv was ingesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot een uitzondering konden leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel slaagt en verwees daarbij naar de motivering in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2021:1917). Op grond hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening.

De zaak betreft de toepassing van de ontvankelijkheidsregels bij ontnemingsvorderingen en de mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden af te wijken van de termijn. De Hoge Raad benadrukte het belang van een zorgvuldige toetsing van deze omstandigheden.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter en raadsheren van Strien en Kuijer, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Kea, tijdens een openbare terechtzitting op 21 december 2021.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01091 P
Datum21 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2020, nummer 22-005498-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de betrokkene, J.T.E. Vis, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing c.q. verwijzing van de ontnemingszaak, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het openbaar ministerie nietontvankelijk is in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, nu de vordering niet binnen de in artikel 511b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) genoemde termijn van twee jaren aanhangig is gemaakt en geen sprake is van bijzondere omstandigheden die met zich brengen dat het rechtsgevolg van nietontvankelijkverklaring in de ontnemingsvordering achterwege wordt gelaten.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/01089 P, ECLI:NL:HR:2021:1917.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 december 2021.