Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
21 december 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzetheling, gewoontewitwassen en diefstal. De verdachte had in een loods gestolen auto’s gedemonteerd om onderdelen te verkopen.
Het cassatieberoep richtte zich op twee punten: de kwalificatie van medeplegen diefstal en de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de bewezenverklaring niet tot vernietiging leiden en hoefde deze niet te motiveren.
Wel werd het middel over vervangende hechtenis gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregelen en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden opgelegd conform art. 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee is de rechtsregel bevestigd dat bij niet-betaling van schadevergoedingsmaatregelen gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.