ECLI:NL:HR:2021:1951

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2021
Publicatiedatum
22 december 2021
Zaaknummer
20/01766
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RODrinkwaterwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geoorloofde wijziging heffingssystematiek vastrecht drinkwaterlevering

Evides N.V. heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld dat de wijziging van de systematiek van heffing van vastrecht voor de levering van drinkwater aan recreatieparken door Evides geoorloofd is. De wijziging houdt in dat het vastrecht niet langer per centrale aansluiting wordt geheven, maar per verbruiksadres.

De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Rotterdam en het arrest van het gerechtshof Den Haag voor het geding in feitelijke instanties. Bij de beoordeling van de klachten over het arrest van het hof oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Evides en veroordeelt Evides in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris voor Recron c.s. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wattendorff.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Evides en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01766
Datum24 december 2021
ARREST
In de zaak van
EVIDES N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Evides,
advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en R.T. Wiegerink,
tegen
1. CAMPING JULIANAHOEVE RENESSE B.V.,
gevestigd te Renesse,
2. MOLECATEN PARK KRUININGER GORS B.V.,
gevestigd te Oostvoorne,
3. STICHTING RECREATIEPARK 'PORT GREVE',
zetelend te Brouwershaven,
4. HOF DOMBURG B.V.,
gevestigd te Wissenkerke,
5. CENTER PARCS NETHERLANDS N.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
6. STICHTING REKREATIECENTRUM AQUA DELTA,
zetelend te Bruinisse,
7. DE VERENIGING HISWA RECRON, als rechtsopvolgster van DE VERENIGING VAN RECREATIEONDERNEMERS IN NEDERLAND,
zetelend te Leusden,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Recron c.s.,
advocaat: J.P. van den Berg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/10/511047 / HA ZA 16-963 van de rechtbank Rotterdam van 24 januari 2018;
het arrest in de zaak 200.237.201/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 maart 2020.
Evides heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Recron c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Evides hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Evides in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Recron c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
24 december 2021.