Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
24 december 2021.
Hoge Raad
Partijen zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden en hebben twee meerderjarige kinderen. Na hun echtscheiding is de vrouw door de rechtbank veroordeeld tot betaling van partneralimentatie aan de man. De vrouw verzocht de partneralimentatie per 1 januari 2019 op nihil te stellen, terwijl de man een verhoging van de alimentatie wilde. De rechtbank wees beide verzoeken af, maar het hof stelde de partneralimentatie op nihil en veroordeelde de man tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen.
Het hof motiveerde dit door te stellen dat de man niet had aangetoond behoeftig te zijn, mede door onvoldoende inzicht in zijn vermogenspositie en het ontbreken van bewijsstukken zoals recente belastingaangiften. De man leverde echter stukken aan die volgens de Hoge Raad wel degelijk inzicht boden in zijn financiële situatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk was en vernietigde het arrest. Tevens verwierp de Hoge Raad het verzoek van de man om herstel van het oordeel van het hof, omdat dit niet binnen de herstelmogelijkheden viel. De zaak is verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een volledige en juiste beoordeling van de financiële situatie bij partneralimentatie en de zorgvuldigheid die rechters moeten betrachten bij het wegen van bewijsstukken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling.