ECLI:NL:HR:2021:1991
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Hij deed een beroep op betalingsonmacht om af te zien van het griffierecht. De griffier van de Hoge Raad concludeerde op basis van de verstrekte gegevens dat niet aan de criteria voor betalingsonmacht werd voldaan en dat het griffierecht daarom moest worden betaald.
Belanghebbende werd per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en kreeg een termijn van vier weken om te betalen. Deze brief werd door belanghebbende afgehaald, maar betaling bleef uit. Vervolgens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen, maar hij maakte geen gebruik van deze mogelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat geen reden bestond om aan te nemen dat belanghebbende niet in verzuim was met de betaling. Het beroep in cassatie werd daarom niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.