ECLI:NL:HR:2021:207
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene Kinderbijslagwet. De Centrale Raad van Beroep had op 24 april 2020 uitspraak gedaan. Het beroepschrift in cassatie werd echter pas op 20 juli 2020 ontvangen door de griffie van de Hoge Raad, wat buiten de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken viel.
De Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 2 oktober 2020 in de gelegenheid gesteld om redenen aan te voeren voor de overschrijding van de beroepstermijn. De door belanghebbende aangevoerde gronden in zijn brief van 11 november 2020 waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.