In deze zaak stond de vraag centraal wie aansprakelijk is voor brandschade aan een gehuurde bedrijfshal: de huurder of de verhuurder. Eiseres, de huurder, stelde het hof aansprakelijk te zijn voor de schade, maar het hof wees dit af en hield de huurder aansprakelijk.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres beoordeeld en de klachten tegen het arrest van het hof verworpen. De Hoge Raad vond dat het niet nodig was om de motivering van het hof te toetsen, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en de zaak geen vragen voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproept.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat op grond van de toepasselijke bepalingen in het huurrecht (artikelen 7:213 en 7:218 BW) de huurder aansprakelijk is voor de brandschade. Tevens veroordeelde de Hoge Raad eiseres tot betaling van de proceskosten.
Deze uitspraak onderstreept de verantwoordelijkheid van huurders voor schade aan gehuurde zaken en bevestigt de geldende rechtspraak over aansprakelijkheid in het huurrecht.