Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:223

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2021
Publicatiedatum
11 februari 2021
Zaaknummer
20/00237
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep notaris tegen Bureau Financieel Toezicht inzake notarieel tuchtrecht

De notaris, handelend onder de naam Notariskantoor A, stelde cassatieberoep in tegen Bureau Financieel Toezicht (BFT) inzake een beslissing van het gerechtshof Amsterdam over notarieel tuchtrecht. Het geschil betrof klachten over de mogelijkheid tot inzage in het dossier van BFT en de toelaatbaarheid van het combineren van sancties bij de afwikkeling van een nalatenschap.

De Hoge Raad verwees voor het procesverloop naar eerdere beslissingen van de kamer voor het notariaat en het gerechtshof Amsterdam. Na beoordeling van de klachten concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot vernietiging van de hofbeslissing konden leiden. De Hoge Raad motiveerde dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de notaris tot betaling van de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 899,07 aan verschotten en € 1.800,-- aan salaris. De beschikking werd gegeven door de president en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de notaris wordt verworpen en de notaris wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00237
Datum12 februari 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de notaris] handelend onder de naam
NOTARISKANTOOR [A],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de notaris,
advocaat: J.P. Heering,
tegen
De publiekrechtelijke rechtspersoon BUREAU FINANCIEEL TOEZICHT,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: BFT,
advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beslissingen in de zaak C/05/323500 / KL RK 17-96 van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 13 maart 2018 en 18 oktober 2018;
de beslissing in de zaak 200.249.811/01 NOT van het gerechtshof Amsterdam van 26 november 2019.
De notaris heeft tegen de beslissing van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
BFT heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de notaris heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beslissing van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beslissing. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt de notaris in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BFT begroot op € 899,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident C.A. Streefkerk en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
12 februari 2021.